Elk jaar, zo rond half mei
Komen er een heleboel eendjes bij
Ze zijn schattig, pluizig en oh zo zacht
En kwaken nog niet zo hard
Midden in de nacht
Natuurlijk, elk eendje is speciaal
Maar deze, nou, die al helemaal
Hij zwemt naar voren en naar opzij
En raast zo mama en zijn broertjes voorbij
Helaas zit zijn leven ook vol met gevaar
Vannacht kwamen de ratten een paar broertjes van hem jatten
Ze openden hun kaken: hap, slik en klaar.
Nu staan er jongens bij de sloot
Heel even hoopt hij nog op brood
Maar dan wordt mama geraakt door een steentje
Met veel geklater
Springt hij snel in het water
Nu is hij dus echt in zijn eentje
