Het is al 23.15, maar echt donker wil het niet worden. De nachten zijn kort en licht eind juni. Ik steun mijn handen op de railing van het balkon, voor ik me af kan vragen hoelang geleden ik er nog een doek overheen haalde. Het is rustig voor een vrijdagavond, normaliter toch het domein van opgeschoten jongeren op opgevoerde brommers. De vrijwel geruisloos vallende motregen ontslaat hondenbezitters niet van hun late plicht, maar zelfs de dieren lijken geenszins van plan de stilte tegen te spreken. Gedwee lopen ze achter hun baasjes aan, tong uit de bek, plichtmatig op zoek naar een geschikte plek voor de laatste druppels urine van de dag.
Ondanks de regen is het onmiskenbaar een vroege zomeravond. Het verlangen naar Het Grote Vertrek hangt in de lucht. Over een paar weken gaat het merendeel van de mensen op vakantie en verdwijnen zelfs de honden even uit het late straatbeeld. Het zijn mijn favoriete weken van het jaar, zo tussen half juli en half augustus. Nederland is leeg en dat zorgt ook in mijn hoofd voor ruimte. Je moet eigenlijk wel gek of gebonden zijn om in deze periode weg te gaan. Nooit is het gemoedelijker, vrediger en soms ook nog beter weer dan in die vier weken hoogzomer.
Maar terwijl iedereen vol verwachting opbouwt naar zijn eigen vorm van escapisme is het verval van de zomer al ingezet, aardig verbloemd door een nog steeds stijgende temperatuur. Nauwelijks merkbaar nog trekt de zon zich iedere avond iets eerder terug . Pas half augustus leggen de meeste mensen zich neer bij de gedachte die mij nu al overvalt: voor je het weet, is het Kerstmis.