Fictie schrijven is een langgekoesterde wens. Ik weet niet of mijn fantasie er groot genoeg voor is en of mijn woordenschat en doorzettingsvermogen een dergelijk verlangen rechtvaardigen. We komen er vanzelf achter. Op advies van de door mij herontdekte Stephen King begin ik met een situatie. Een simpele situatie, ingegeven door simpele angsten en fascinaties. Er zijn wat losse ideetjes, maar over lengte laat staan afloop heb ik nog geen flauw benul. Ik laat ‘het verhaal en de personages bepalen waar het heen gaat’, om met King te spreken. Here goes nothing.
Culminatie
Er lag een bekertje op de grond en Richard trapte er verveeld tegen aan. Normaal gesproken was de straat om deze tijd bezaaid met lege bekertjes en ander vuil, zo tussen sluitingstijd van de winkels en de aankomst van de veegwagens. Maar de winkels waren vandaag niet open gegaan. Hij wist niet goed waarom niet, zoals hij ook niets begreep van zijn eigen kalmte. Hij strekte zijn hand uit en zocht naar sporen van angst. Niets. Als dit het einde van de wereld was, zou hij zich wel wat meer zorgen mogen maken. Maar als dit het einde van de wereld was, was het ook wel een verdomd vredig einde. Een einde waartegen je eigenlijk geen bezwaar kon hebben.
Richard keek door de Kalverstraat en zag alleen een paar duiven met een mengeling van verbazing en wanhoop rondpikken op het lege trottoir. Geen enkel frietje was er voor ze, geen kruimels van gehaast etende voorbijgangers. De straat was de vorige avond schoon achtergelaten in afwachting van een nieuwe dag die nooit gekomen was. Hoewel, dat klopte niet helemaal. De dag was wel aangebroken, maar de mensen waren simpelweg niet meer uit hun huizen gekomen.
Hij zwierf nu al uren rond. Natuurlijk had hij even aan een droom gedacht. Maar hij hoefde niet in zijn arm te knijpen om zich te realiseren dat dit echt gebeurde. Het was allemaal te tastbaar, er waren teveel details die hem in zijn slaap nooit zouden opvallen. De afprijzingen in etalages van kledingwinkels. Reclameborden die achter transparante rolluiken waren weggezet voor de nacht. Bovendien ontbrak het aan die bizarre scèneovergangen die dromen tot dromen maken. Iedere stap die hij zette was een logisch vervolg op de vorige. Iedere winkel zat op de juiste plaats. Na McDonalds aan zijn rechterhand, volgde De Slegte aan zijn linker. Fame op de hoek gevolgd door het uitgestrekte klinkerveld van de Dam.
Ook het plein zelf zag er op het eerste gezicht uit zoals altijd, met als enige verschil de afwezigheid van beroerde levende standbeelden en toeristen die dom genoeg waren om ze voor hun wanprestatie te belonen. Richard had genoeg van de wereld gezien om te weten dat het beter kon, véél beter. Die lapzwansen zouden in Barcelona of New York worden weggehoond, maar hier stonden ze doodleuk op het beroemdste plein van de stad hun zakken te vullen. Terwijl hij zich daar kwaad over begon te maken, zag Richard plotseling iets dat hem nog niet was opgevallen.
Voor het monument stond een standaard, ongeveer hetzelfde model waar Beatrix op 5 mei altijd een krans omheen hangt. Nu leek er een klein schilderij op te rusten. Richard versnelde zijn pas en toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het geen schilderij was, maar een foto. Hij verstarde even. Op de afbeelding herkende hij zichzelf, kijkend naar een foto op een verlaten Dam.
